Recensie De Telegraaf mei 2000

Recensie de Twentsche Courant Tubantia mei 2003
 
 
 
Slapen in een grensgeval

door JAN COLIJN

MANDER - Vijf generaties al is het etablissement in het Twentse Mander op de grens met Duitsland in handen van de familie Nijhuis. En met zoon Jordie staat de zesde generatie zelfs alweer klaar om het roer over te nemen van dit 'grensgeval'.


Foto: Jan Stappenbeld


Vader, schoondochter en kleinzoon Nijhuis bij het nieuwe grenspension.

Het cafeetje aan de Uelserweg is recent verbouwd om als café-pension 'De Groene Grens' de deuren te heropenen. Het ligt op de route van tal van auto-, fiets- en wandelroutes.

Vandaar dat het een dankbare pleisterplaats is voor automobilisten die de dr. Picardt-route of de Sagenlandroute rijden of de toeristen die de Springendal- of Hezinger-route fietsen. Maar ook de befaamde Pieterpad-wandelroute heeft de pleister geadopteerd. Aangezien Mander bovendien te midden van meerdere natuurgebieden ligt, leggen dagjesmensen er veelvuldig aan voor een adempauze.

Drankvergunning

Het waren de voorvaderen van de huidige uitbaatster Annie Nijhuis die in het jaar 1881 van de toenmalige burgemeester de felbegeerde drankvergunning kregen. Daarnaast hielden de 'Nijhuizen' er naast het café een boerderij, een meelhandel en een winkeltje op na. Tot 1994 werden er zelfs bestellingen aan huis bezorgd: aanvankelijk met paard en wagen, later met tractor, bestelbusje of stationwagen.

Maar schoondochter Annie Nijhuis heeft bij het kantelen der eeuwen het cafeetje een nieuwe dimensie gegeven. Daarbij werd ze op het idee gebracht door haar eigen klanten. Die vroegen zich af waarom ze op zo'n strategische plek nagenoeg op de landsgrens en met toeristische trekpleisters als Oldenzaal, Ootmarsum en Vasse in de buurt geen pensionnetje begon.

'De Groene Grens biedt met slechts vier slaapkamers, een ontbijtzaaltje en een bar onderdak aan liefhebbers van gemoedelijkheid en nostalgie.

De huidige uitbaters koesteren zelfs de minder dierbare herinneringen aan vervlogen tijden. Zo is op zolder nog altijd een zwart geblakerde muur te zien die herinnert aan een brand in de negentiende eeuw. En die muur blijft zitten als aandenken.

Publicatiedatum = mei 2000 de Telegraaf

 
terug
   
 
 
Foto: De Twentsche Courant Tubantia
 
In de Groene Grens is niemand 'druk, druk, druk'

door Gertia Bredewoud


‘Ik had dit veel eerder moeten doen!’ Het is niet de eerste en het zal ook niet de laatste keer tijdens het gesprek zijn dat Annie Nijhuis (45) dit zegt. Ze heeft het zo naar haar zin in haar eigen toko: pension De Groene Grens in Mander. Het verzorgen van de gasten is haar echt op het lijf geschreven.

 

 

MANDER - Het plezier in haar werk straalt van haar gezicht af en blijkt uit elk woord dat ze zegt. Dat de gasten ook merken dat zij hier te doen hebben met een gastvrouw die haar hele ziel en zaligheid in het werk legt, blijkt wel uit de vele woorden van lof in het gastenboek. De meeste gasten wijden heel wat regels aan het propere pensionnetje in Mander, aan de deugden van Annie en aan de rustige en mooie omgeving. Maar sommigen houden het kort, maar wel heel krachtig: ‘Wij gaan jullie aan heel België aanbevelen!’ Johan Nijhuis legt uit dat De Groene Grens echt het pension is van zijn vrouw Annie: ‘Natuurlijk help ik ook wel, maar zíj is de pensionhoudster. Vaak komen mensen even bij mij om te zeggen dat ze Annie zo’n lieve gastvrouw vinden’, vertelt hij trots, terwijl hij even liefdevol naar zijn vrouw kijkt. Meteen wanneer de toeristen binnenkomen, laat zij ze weten dat ze geen mevrouw Nijhuis genoemd wil worden. ‘Gewoon Annie’. Daar voelt ze zich het best bij.

Johan Nijhuis is geboren en getogen in het pand aan de Uelserweg. Zijn vrouw Annie stond jarenlang met haar schoonvader in het café - wat nu de recreatiezaal is van het pension. Ook was er nog een winkeltje, maar daar had Annie op het laatst weinig plezier meer in. Meer dan hele dagen wachten op dat handjevol klanten was het eigenlijk niet. Nee, dan heeft ze het nu heel wat leuker.

Drie jaar geleden was de verbouwing klaar en kon ze beginnen met haar eigen pension. Ze is lekker druk met het schoonhouden van de kamers, het verzorgen van de gasten, het klaarmaken van het ontbijt, het maken van lunchpakketten. Voor het avondeten moeten de gasten zich zelf redden. Er zijn genoeg restaurants in de omgeving, vindt Annie Nijhuis. Maar de service van De Groene Grens gaat heel ver. Zij heeft vaak genoeg gasten even met haar eigen auto weggebracht naar een eetcafé in de buurt.

Later op de avond haalt ze ze dan ook weer op. Nuchter haalt ze haar schouders op. Ach, dat vindt ze eigenlijk heel gewoon. ‘Als de gasten tevreden naar huis gaan, ben ik ook tevreden.’

Zes kamers telt pension De Groene Grens en ook nog een tweepersoonsappartement. Het loopt allemaal zo lekker, dat er binnenkort nog drie kamers bij komen. Een deel van de huidige kamers is trouwens heel speciaal. Het huis stamt namelijk uit 1860 en die kamers zijn ook al heel oud, compleet met kromme muren, trapjes en nisjes. Prachtig vinden de gasten dat, knikt Annie Nijhuis. ‘Die stijl van vroeger, hè?’

De recreatie-, annex ontbijtzaal ademt diezelfde sfeer van vervlogen tijden. Johan Nijhuis hoort het vaak genoeg: ‘De gasten vinden het hier allemaal gezellig. Het is net alsof ze in hun eigen huiskamer zitten, zeggen ze.’ ’s Avonds kiezen de gasten er vaak voor niet op hun eigen kamer te blijven, maar zich gezellig te mengen met de rest van de vakantiegangers. Er wordt heel wat afgekletst, ziet Johan Nijhuis dagelijks. Wie geen zin heeft in praten, kan een boek uit de kast in de hoek halen, of een spelletje. Alsof de tijd heeft stilgestaan. De gasten van De Groene Grens hebben geen haast en zijn niet ‘druk, druk, druk’. Die komen juist naar Mander voor de rust en de gezelligheid. Die hebben alle tijd voor een praatje, een spelletje Yahtzee of een potje kaarten. Annie komt er graag even bij zitten. Een babbeltje maken. Haar man heeft haar al vaak geobserveerd, wanneer zij zo tussen de gasten zit. Hij kent zijn vrouw als geen ander en ziet dat zij dan helemaal in haar element is: ‘Ja, dan is Annie goed te pas’, glimlacht hij.

Het lijkt erop dat de zaak in de familie zal blijven. Want alhoewel zoon Jordie nog maar elf jaar is, toont hij toch al veel interesse in De Groene Grens. Moeder Annie vertelt trots: ‘Hij stofzuigt hier vaak, dat vindt ’ie mooi.’

Maar zijn ouders zitten op één lijn als het om hun zoon gaat. Hij moet het zelf graag willen. ‘Hij moet er goed over nadenken, want het is hard werken. We gaan hem echt niet dwingen’, laat vader Johan weten. Om er toch nog snel achteraan te zeggen: ‘Hij moet het zelf bekijken, maar mijn vrouw heeft het bedje wel voor hem gespreid!’

Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 10-05-2003

 
 
terug